Behoud de Parel op Facebook.

U bent hier

TransForum heeft onderzoek laten verrichten naar de gang van zaken rondom de plannen voor het Nieuw Gemengd Bedrijf. Transforum is een organisatie die gericht is op ondersteuning van onder andere het Nieuw Gemengd Bedrijf, dat de afgelopen jaren één van de Innovatieve Praktijkprojecten was van TransForum. TransForum stimuleert innovatie in de agrosector. Het onderzoek is uitgevoerd door Telos, Centrum Duurzame Ontwikkeling (zie ook de website van Telos, waar het rapport in het Engels wordt gepresenteerd). Behoud de Parel heeft meegewerkt aan deze studie. Het onderzoek is duidelijk geschreven vanuit het oogpunt van de belangen van het Nieuw Gemengd Bedrijf.

Onderzoeksvraag
De onderzoeksvraag van de studie luidde: 'Wat kan geleerd worden van de ontwikkeling van het NGB tot dusver: welke blokkades, knelpunten en kennisvragen doen zich voor en wat is de speelruimte voor een duurzame landbouwinnovatie?'

Ter beantwoording van de hoofdvraag is gebruik gemaakt van een conceptueel kader dat in staat stelt om blokkades en de vervlechting daarvan tot een lock-in te analyseren. Elementen van het conceptueel kader zijn discoursen (geworteld in opvattingen over ecologische modernisering), de „human factor‟ inclusief persoonlijk leiderschap en duurzaamheidhoudingen. De discoursen in de casus NGB zijn gekenschetst als het agro-industriële discours, het agro-ruralistische en het post-productivistische discours.

Voors en tegens
Terwijl bewoners bezwaren aanvoerden tegen de industriële vorm van productie en de wenselijkheid aangaven van meer traditionele, grondgebonden familiebedrijven (wat verwijst naar het agro-ruralistische discours) en de noodzaak om de kwaliteit van het landschap te behouden (wat verwijst naar het post-productivistische discours) benadrukten de voorstanders van NGB vooral de (technisch duurzame) productiekenmerken van het Nieuw Gemengd Bedrijf en voerden economische en eco-efficiëncy argumenten aan op basis van het agro-industriële discours.
Deze industrieel-economische visie op landbouw biedt echter weinig tot geen perspectief op sociaal, cultureel, en politiek niveau en is bovendien weinig afgestemd op de eigenheid van ruimte en plaats.

In het geval van NGB zijn de beoogde doelstellingen in termen van beoogde bedrijfsefficiency, ruimte, landschap, milieu, dierwelzijn, logistiek, energie, en gezondheid nog geen bewezen praktijk. Dit verklaart voor een deel de lokale bezwaren. Het verklaart ook waarom de dynamiek zich in het gebied ontwikkelde tot een lock-in tussen de rurale domeinen innovatie, duurzaamheid en regionale eigenheid.

Het concept komt onvoldoende tegemoet aan lokale bezwaren en wordt daardoor deels ervaren als een 'fremdkörper'. Het NBG maakt niet of nauwelijks gebruik van lokale bronnen en de winst van NGB leidt (althans in de opinie) niet tot lokale waardetoevoeging. Er ontstond tevens een blokkade in de wisselwerking tussen de organisatie van markten en de institutionele omgeving.

Investering door het NGB
Het ontwikkelen van NGB vergt een groot aantal investeringen in de voorbereiding- en implementatiefase. Niet alleen financieel, maar ook politiek-bestuurlijk en maatschappelijk. De bewoners investeerden veel in het organiseren van tegenmacht. Er is een onbalans tussen wat van enkele innovatieve ondernemers kan worden verwacht als pioniers in duurzaamheid, en de rol van overheden en kennisinstellingen die structureel gefinancierd zijn.

Leiderschap
Persoonlijk leiderschap werd door verschillende betrokkenen getoond tijdens het proces. Dit was echter niet voldoende om de botsende beelden, de verschillende typen logica en de procesmatige knelpunten te hanteren. Leiderschap richtte zich vooral op groepsvorming van mensen met gelijksoortige opinies („bonding‟) en op externe partijen en overheden („linking‟) maar te weinig op het slaan van bruggen naar partijen met andere opinies („bridging‟). Zo ontstond een kloof tussen de mensen die emotionele argumenten hanteerden en de „technisch-rationalisten‟. De human factor kwam tijdens het proces niet alleen tot uiting in de individuele dimensie van persoonlijk leiderschap.

Aspecten als een gebrek aan vertrouwen, een gevoel van „onredelijkheid‟ bij bewoners en ondernemers en verhalen over megabedrijven, versterkt door de media, speelden een belangrijke rol. Botsende beelden bepaalden de dynamiek in het proces.

De invalshoek duurzaamheidhoudingen geeft een verdere verdieping en laat ten eerste zien dat er verschillen zijn in de mate van inclusiviteit waarmee over NGB en landbouwontwikkeling wordt gesproken. De initiatiefnemers willen waarde creëren door op vier deelmarkten actief te zijn: de markt van bulk, kwaliteit, imago en inspiratie. Imago en inspiratie komen nog niet uit de verf, zo blijkt uit de tegenstand. Het concept NGB is echter volgens de tegenstanders onvoldoende ten aanzien van duurzaamheidaspecten als esthetiek (landschap/ontwerp), inbedding in de lokale situatie, gezondheid en dierenwelzijn.

Ten tweede geven de duurzaamheidhoudingen richting aan de rollen die de diverse partijen kunnen vervullen. In deze complexe situatie van het NGB kan geen der betrokkenen zelfstandig een optimale duurzame gebiedsontwikkeling realiseren. Er zal richting gegeven moeten worden aan een gezamenlijke verbinding gericht op de toekomst van het gebied.

Partijen volharden op dit moment in hun gelijk, deels vanuit overtuiging, deels door de opgebouwde ervaringen dat het als moeilijk is ervaren om vertrouwen in elkaar te stellen. Illustratief is de brief van Behoud de Parel in 2009 waarin het vertrouwen in wethouder Litjens wordt opgezegd, nadat deze een onderzoeksrapport van de GGD vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen publiceerde. Met het rapport probeerde Litjens de bevolking gerust te stellen. Er zouden geen gezondheidsrisico's zijn met de komst van het NGB. Het rapport bleek onvolledig, tendentieus en op plaatsen onjuist. Bezwaren van Behoud de Parel tegen de handelwijze van het college van B&W werden gegrond verklaard (lees bericht over bezwaar hier).

In het vervolgproces is het volgens de onderzoekers van belang een meer helder onderscheid te maken naar de rol en verantwoordelijkheid van verschillende actoren.

Conclusies onderzoekers
Dat de onderzoekers sterk gericht zijn op het doorgaan van de plannen voor het NGB blijkt vooral uit haar - gekleurde - conclusies. Vanuit de bevolking is er - volgens de onderzoekers - nog te weinig besef van eigen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop voedsel wordt geproduceerd. Consumenten kunnen ‟stemmen met hun voeten en mond‟ en via koop- en eetgedrag verantwoordelijkheid nemen. Ten aanzien van de bewoners verenigd in Behoud de Parel kan zelfreflectie op de wijze van kijken naar het NGB-initiatief het huidige wantrouwen doorbreken en een startpunt zijn voor een gezamenlijke zoektocht naar een gedeelde noemer voor grootschalige en intensieve landbouw. De onderzoekers gaan er daarbij vanuit dat het NGB in principe een goed project is (logisch, want de opdrachtgever voor het onderzoek ondersteunt de realisering van het NGB).

De ondernemers - zo stellen de onderzoekers - hebben een goed plan, maar moeten verbeteringen doorvoeren ten aanzien van het communiceren , het bieden van transparantie in productinformatie en het werken vanuit het besef dat de „licence to produce‟ ook gekoppeld is aan verdiensten op gebied van lokale duurzaamheid.

De landbouworganisatie (ic. LLTB) kan volgens de onderzoekers een actievere rol spelen om de gevolgen van een agro-industriële ontwikkeling van de landbouw te agenderen, te verhelderen en te doordenken, zodat burgers eerder bereid zijn, hun bezwaren aan de kant te zetten.

Financiers en investeerders hebben naar de mening van de onderzoekers een rol in het zich uitspreken voor duurzame ontwikkeling, op dit moment worden nog veel intensieve bedrijven gefinancierd die door hun opzet niet bijdragen aan duurzaamheidwinst.

De onderzoekers menen dat de overheden een bijdrage kunnen leveren aan het stimuleren van het bij elkaar brengen van partijen op verschillende niveaus („linking‟) en het overbruggen van de verschillende visies van actoren („bridging‟). De onderzoekers pleiten in hun rapport voor een maatschappelijk debat op landelijke schaal, zoals Staatssecretaris Bleker deze begin 2011 inmiddels ook heeft aangekondigd! Dat debat - zo bepleiten de onderzoekers - dient er uiteindelijk op gericht te zijn, dat plannen zoals het NGB uiteindelijk gerealiseerd worden. Op dit moment botst de instrumentele en institutionele logica van de overheden met de situationele en culturele logica van tegenstanders. Omgaan met deze spanning vergt een overheidsrol die een debat op waardenniveau faciliteert om zo op zoek te gaan naar de „common ground‟.

Maatschappelijke dialoog
De onderzoekers zien ruimte voor het aangaan van een maatschappelijke dialoog over de schaalvergroting van de intensieve veehouderij in Noord-Limburg, waarbij vanuit de regionale identiteit, het gebiedsverhaal, gezocht kan worden naar gemeenschappelijke noemers. Een dergelijke, vanuit het openbaar bestuur georganiseerde dialoog, voorkomt ook dat afzonderlijke initiatieven zoals het NGB belast worden met vraagstukken die het initiatief overstijgen. Conditie is dat gemeente en provincie het opbrengen om de eigen discourspositie tijdelijk te parkeren. Dat is mogelijk indien een hoge duurzaamheidhouding wordt ingevuld: omwille van een hoger en achterliggend maatschappelijk belang. De karakteristiek van het debat is zodanig impactrijk dat niet volstaan kan worden met een standpunt dat uitgaat van de stelling dat het openbaar bestuur 'er nu eenmaal voor is om moeilijk keuzes te maken'.

Geld voor Behoud de Parel
In het rapport komen de onderzoekers ook tot een opmerkelijke aanbeveling met betrekking tot Behoud de Parel. De onderzoekers stellen voor een aanbeveling over te nemen van Peter Smeets (de man, die eerder pleitte voor het verplaatsen van het dorp Grubbenvorst, om de realisering van een Agropark, met het NGB als onderdeel, te realiseren). Hij deed die aanbeveling in een proefschrift over de voordelen van Agroparken. Daarin stelde hij voor om een tijdelijke financiering van Behoud de Parel voor het opzetten van een secretariaat. Dit kan een eerste stap zijn om het vertrouwen te herstellen en te laten zien dat de inspanningen van de vereniging serieus worden genomen, zonder dat daarmee een uitspraak wordt gedaan over de opinies van de Vereniging. Het is - zo schrijven de onderzoekers in hun rapport - vanuit dit perspectief betreurenswaardig dat de eerdere maandelijkse gesprekken tussen de verantwoordelijke wethouder en Behoud de Parel zijn gestopt.

Vervolg
Ten aanzien van ruimte voor ondernemers zijn er daarnaast gerichte kennisvragen die in faciliterende beantwoord kunnen worden voor de ondernemers. De ontwikkelde antwoorden kunnen ook bij Agropark-ontwikkelingen elders van nut zijn, omdat deels de systeemkenmerken dezelfde zijn voor heel Nederland en de zorgen die leven deels vergelijkbaar zullen zijn. Met name bevelen we nader onderzoek aan naar de vraag in hoeverre een innovatief, landschappelijk ingepast ontwerp, gekoppeld aan communicatie over de milieuvoordelen, maatschappelijke zorgen (deels) kan wegnemen.

De facilitering van de kennisvragen kan via een expertisepool, waarin open kennis wordt uitgewisseld en praktische vragen kunnen worden opgepakt. Het gaat daarbij niet om de meer programmatisch te organiseren studies zoals naar de potentiële gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij.

Daarnaast bevelen de onderzoekers tenslotte vervolgonderzoek aan naar ervaringen met agroparken elders als expressie van de industriële economie en de ruimtelijke, sociaal-culturele en bestuurlijke aspecten daarvan.

Projecten & onderwerpen: 
Behoud de Parel