Behoud de Parel op Facebook.

U bent hier

Net als het kabinet ziet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ook de noodzaak van de transitie naar een zorgvuldige, duurzame veehouderij. Maar de VNG vindt dat de visie van het kabinet over veehouderij die staatssecretaris Bleker onlangs naar de Tweede Kamer stuurde niet die duidelijkheid en die instrumenten biedt om de lokale problemen waar gemeenten mee kampen op te lossen.

De VNG onderschrijft de noodzaak van de transitie naar een zorgvuldige, duurzame veehouderij. De gemeenten steunen de hoofdlijn van de ketenbenadering met een belangrijke rol voor het bedrijfsleven en vinden het goed dat het kabinet een ketenregisseur wil instellen om het transitieproces te trekken. Ook positief is dat het belang van goede lokale inpassing wordt benoemd en dat de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijke ordeningsbeleid bij gemeenten en provincies blijft. Echter, de visie biedt niet die duidelijkheid en die instrumenten om de huidige lokale problematiek op te lossen.

Afstemming met decentrale overheden
De verantwoordelijkheid voor de inpassing in lokale omgeving ligt volgens het kabinet merendeels bij de decentrale overheden. Draagvlak bij gemeenten voor het voorgestelde beleid is dus onontbeerlijk, bijvoorbeeld voor de risicogebaseerde handhaving en doorlichting van milieuregelgeving, randvoorwaarden voor inpassing in de lokale omgeving en visitaties van gemeenten.

Advies volksgezondheid
Gemeenten hebben behoefte aan duidelijkheid over gezondheidsaspecten rond intensieve veehouderij om een goede afweging te kunnen maken en tegemoet te komen aan zorgen van de bevolking. Pas na het advies van de Gezondheidsraad in het derde kwartaal van 2012 krijgen gemeenten meer duidelijkheid terwijl zij hier al in 2010 om hebben gevraagd vanwege lokale problemen. Dit is veel te laat voor gemeenten, die dan ook aandringen op versnelling van het advies.

Beperking schaalgrootte
Het kabinet wil een wettelijke voorziening treffen om, wanneer dat nodig is vanuit andere dan ruimtelijke overwegingen, bijvoorbeeld ethiek of volksgezondheid, een grens te kunnen stellen aan de omvang van bedrijven op een locatie. Het stellen van een landelijke grens kan echter lokaal tot ongewenste gevolgen leiden als oplossingen voor lokale problematiek
daarmee worden doorkruist.

Daarnaast vraagt het kabinet aandacht voor een motie van de Tweede Kamer om niet mee te werken aan bestemmingsplanwijzigingen voor grote stallen (groter dan 300 NG en meer dan 1 bouwlaag) tot het advies van de Gezondheidsraad. Het is echter de vraag of, als ontwikkelingen passen binnen de geldende beleidskaders, het voor gemeenten mogelijk en wenselijk is om nog een jaar die ontwikkelingen in alle gevallen tegen te houden.

Duidelijkheid en instrumentarium voor goede lokale inpassing
Een maatregel die het kabinet voorstelt is het belang van goede lokale inpassing en vormgeving van stallen onder de aandacht brengen van provincies en gemeenten. Voor het draagvlak bij gemeenten en andere partijen is het belangrijk dat het kabinet hen voldoende duidelijkheid en instrumenten biedt om dit te realiseren, bijvoorbeeld het beoordelingskader volksgezondheid, vaststelling van de programmatische aanpak stikstof en verdergaande eisen aan dierenwelzijn die aansluiten op de maatschappelijke vraag. Ook mist de VNG een duidelijke keuze tussen de 'blijvers' en de 'wijkers' en de consequenties daarvan.

Programmatische Aanpak Stikstof
Gemeenten vinden het huidige tempo van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) te langzaam. De lokale ontwikkelingen die mogelijk moeten blijven, zijn in veel gevallen de mogelijkheden voor veehouderijen. Het is nog steeds onduidelijk wanneer er een volledige PAS is. Dit betekent ernstige vertragingen voor vergunningverlening en bestemmingsplanprocedures, onzekerheid voor gemeenten en het lokale bedrijfsleven en belemmering voor omschakeling naar duurzamere veehouderij.

Ketenaanpak
Voor de ketenaanpak stelt het kabinet dat zij de opvatting van Commissie Van Doorn over de transitie als de nationale opgave delen en dat het kabinet deze en andere keteninitiatieven maximaal zal ondersteunen. Een zorgpunt bij het stimuleren van koplopers is of het gewenste nieuwe verdienmodel voldoende snel tot stand komt om de koplopers te ondersteunen en volgende bedrijven te stimuleren.

Verder is volgens de VNG niet alleen goed overleg tussen alle overheden en het bedrijfslevennodig welke concrete overheidsmaatregelen nodig zijn om de voortgang van de keteninitiatieven te ondersteunen en op gang te houden, maar ook afstemming met maatschappelijke actoren of de gewenste verandering wordt bereikt.

(Bron: VNG, 29/11/11)

Projecten & onderwerpen: 
Behoud de Parel