Behoud de Parel op Facebook.

U bent hier

Moet er veel minder vee komen om zo de gezondheid en leefbaarheid van de omgeving veilig te stellen? Zoals bewonersgroepen bepleiten. Of moeten intensieve veehouderijen in Horst aan de Maas de ruimte krijgen om uit te groeien tot megastallen? Zoals een aantal (grote) ondernemers opperen. Minder tegen meer! Bewonersgroepen en IV-bedrijven stonden pal tegenover elkaar tijdens de door de gemeenteraad van Horst aan de Maas georganiseerde themabijeenkomst over intensieve veehouderijen op dinsdagavond 14 februari.

Waar  bewonersgroepen en de Werkgroep Land- en Tuinbouw Noord-Limburg pleiten voor strengere ­regulering, met gezondheid van burgers, consequente handhaving, kleinschaligheid en vooral minder vee als uitgangspunt, stellen de bedrijfseigenaren juist dat zij die schaalvergroting nodig hebben om duurzaam te kunnen boeren. De discussie vindt plaats onder grote belangstelling. De raadszaal zit vol. Burgers, boeren, vertegenwoordigers van megabedrijven, de LLTB, bewonersgroepen als vereniging Behoud de Parel, werkgroep Behoud Woonomgeving De Paes en de werkgroep Kleefsedijk Sevenum en van de werkgroep Land- en Tuinbouw Noord-Limburg gaven acte de precense.

Inleiding
Voordat de discussie start, krijgt Els van der Molen, cluster manager Ruimtelijke Ordening van de gemeente Horst aan de Maas, het woord om de twee thema's van de bijeenkomst - Ruimtelijke Ordening en Mestverwerking - van een nadere toelichting te voorzien. Ze vertelt hoe een en ander nu geregeld is en waar de gemeenteraad mogelijkheden heeft om het zogenaamde Bestemmingsplan Buitengebied en het achterliggende beleid aan te passen. Daarbij laat ze enkele praktijkvoorbeelden zien. Het voorlopige standpunt van het college van B&W is - zo blijkt uit de inleiding - dat het beleid niet gestuurd moet worden op dieraantallen, maar op "inpassing" in de leefomgeving. Dat leidt er in dat geval toe dat binnen de zogenaamde landbouwontwikkelingsgebieden (Log's) vestiging van IV-bedrijven vrij is. Buiten de ontwikkelingsgebieden wordt geen nieuwe vestiging toegestaan. "Herhuisvestiging" of omschakeling wordt wel toegestaan, onder strikte normen met betrekking tot ammoniakuitstoot. Daarbij mag een "bouwblok" van 1.5 ha  helemaal vol gebouwd worden en eventueel groen kan dan buiten dat bouwblok geplant worden.

Wat de mestverwerking betreft is nu nog niet veel geregeld. Er ligt nu een voorontwerp van de hand van B&W met betrekking tot mestverwerking. In dat voorontwerp is mestverwerking binnen het eigen bouwvak oké en er mag maximaal 25.000 ton mest verwerkt worden. In het voorontwerp wordt voorgesteld om een monitorsysteem op te zetten, gericht op handhaving van normen voor luchtkwaliteit. De normen voor stank worden dan 3 OUE/m3 voor het binnengebied, 14 OUE/m3 voor het buitengebied. Voor fijnstof worden de EU-normen gehanteerd in het voorstel van B&W. De gemeenteraad kan het voorontwerp van het college wijzigen. In de plannen moet het beleid vóór de zomer (!) besproken zijn en moet de raad een besluit nemen over het Bestemmingsplan Buitengebied. Kort tijd dus...

Na de inleiding van Els van der Molen krijgen een zevental sprekers de mogelijkheid in een "pitch" van twee minuten stelling te nemen in de discussie. André Vollenberg Behoud de Parel), Peter Strijbosch (Werkgroep Behoud de Paes), Martin Houben (Houbensteijngroep en medeinitiatiefnemer NGB), Henk Willems (mega IV-bedrijf en mestverwerkier in America), Edwin Michiels (LLTB), Thea Lemmen (Werkgroep Kleefse Dijk) en als laatste Paul Geurts (Werkgroep Land- en Tuinbouw Noord-Limburg).

Behoud de Parel
“De landbouw is volledig ontspoord”, vindt André Vollenberg. Om een beeld te geven van de huidige mestproblematiek laat hij zien dat de hoeveelheid mest die we op dit moment produceren een colonne van 30 tonners van hier tot Shanghai kan vormen... Zijn oplossing? Een reductie van het vee met minimaal 40%. Dat zou het mestoverschot en de belasting voor de omgeving aanzienlijk laten dalen, aldus de voorzitter van Behoud de Parel. Vollenberg stelt dat mest bewerken het probleem dat de IV veroorzaakt, niet oplost. Er is een fosfaat- en nitraatoverschot dat door de bewerking van mest niet verdwijnt. En de kosten van de mestverwerking worden door hoge subsidies aan de ondernemers feitelijk doorberekend naar de bevolking. In wezen - zo stelt de woordvoerder van Behoud de Parel - ligt het probleem van de IV bij de producent en die moet dat oplossen. Niet de burgers! Volgens Vollenberg is een reductie van 40% minder vee makkelijk te realiseren en dat is van fundamenteel belang in het kader van de klimaatproblematiek en de gezondheid van de bevolking. Maar in het gemeentelijk beleid ligt de focus op beslissingen die de producent faciliteren en niet op klimaat en gezondheid. De burger is - zo lijkt het - niet van belang. In de bijlage is de volledige tekst te lezen van het betoog van Vollenberg.

Werkgroep Behoud de Paes
Peter Strijbosch heeft als vertegenwoordiger van de bewoners aan de Paes te maken met een grote mestverwerkingsinstallatie. Hij vraagt zich af waar de grens ligt als het gaat om de Intensieve Veehouderij. Naar zijn mening is er geen oog voor het leefklimaat. Teveel verdwijnt in de bodem. 75% gaat op transport, gesubsidieerd door de overheid. En die gesubsidieerde mest levert vervolgens stank op. De experimenten om mest te verwerken zijn niet gebaseerd op kennis, maar op subsidies. En ondertussen verloedert het landschap. Hij roept de gemeenteraad op: "heb oog voor de burger en niet alleen voor de ondernemer".
In de bijlage is de volledige tekst te lezen van het betoog van Peter Strijbosch.

Nieuw Gemengd Bedrijf
Martin Houben, eigenaar van de Houbensteijn Group (varkensstallen verspreid over de regio) stelt in zijn pitch dat zijn bedrijf gericht is op het maken van voedsel en energie. Hij stelt dat 95% van het voer dat zijn varkens krijgen afkomstig is van voedsel dat mensen niet gebruiken. En de door biovergisting opgewekte energie is voldoende voor eigen gebruik. Zijn doel is duurzaam boeren.
Vanuit de zaal wordt hem door raadslid Lenssen (SP) gevraagd of de schaalgrootte van het NGB (30.000 varkens en 1,2 miljoen kippen) nodig is om duurzaam te produceren. Door Wilhelmina Hoedjes (werkgroep Land- en Tuinbouw Noord-Limburg) wordt opgemerkt dat mest van varkens niet zomaar te (her)gebruiken is voor bemesting van land. Het is niet geschikt voor de bodem vanwege de te hoge concentraties ureum en fosfaat.

Vanuit de zaal wordt ook de vraag opgeworpen waarom zoveel voedsel (soja) geïmporteerd wordt uit landen (bijvoorbeeld Brazilië), die we hiermee kapot maken (afbraak oerwouden Amazonegebied). En dan blijkt de opbrengst aan energie uit mest ook nog eens goed tegen te vallen. Houben stelt daar tegenover dat 95% van zijn varkensvoer komt uit een straal van 200 km (heel Nederland dus). En wat de soja betreft: die gaat volgens Houben niet naar de varkens, maar vooral naar de mensen (verwerkt in humaan voedsel). Een raadslid van het CDA stelt: "We zijn nu al 10 jaar bezig met het NGB. Terugkijkend: wat zou je als ondernemer nu anders doen?" Houben: "We lopen de koninklijke weg. We zouden het nu niet anders doen. Gevolg van de tegenbeweging is dat de vergunningen die we uiteindelijk gekregen hebben, alleen maar sterker zijn geworden."

LLTB
Edwin Michielsen van de Limburgse Land en Tuinbouwbond (LLTB) en eigenaar van een bedrijf in Melderslo met onder andere vleesvarkens stelt dat intensieve veehouderijen de meest dynamischge onderneming is in de regio. Volgens hem daalt de uitstoot van schadelijke stoffen, maar het blijft zoeken naar verbeteringen. Verwerking van mest is ook nog wel een probleem. Maar de IV slaagt er steeds beter in de kringloop te sluiten, door de mest te verwerken. "Zo kan ook duurzame energie opgewekt worden, maar daar moeten bedrijven wel de ruimte voor krijgen", stelt hij. In zijn betoog wordt duidelijk dat de burgers - naar de mening van Michielsen - vertrouwen moeten hebben in de goede wil van de agrariërs, die ruimte moeten krijgen van de overheid om met technische oplossingen en "goed ondernemenersschap" de problemen op te lossen. "Geef ons een kans om aan gezondheid bij te dragen". Op de vraag of minder dieren dan de oplossing is antwoordt hij dat minder dieren minder omzet betekent en van daaruit minder innovatie en daardoor is minder snel het doel te bereiken. Minder dieren is geen oplossing.

Henk Willems (mestverwerker)
Willems, die 1000.000 ton mest verwerkt tot allerlei producten, vertelt dat zijn bedrijf zo'n 100 klanten heeft in de regio met een straal van 50 tot 60 km, die de producten afnemen. Het meest essentiële van mestverwerking is in zijn optiek: Mest ontwateren! (50%). De vaste fractie is maar 3% van het volume (biofosfaat). Die zet hij af in het buitenland, bijvoorbeeld Duitsland, Noord-Frankrijk en Luxemburg. Raadslid Lenssen wijst er op dat in Noordrijn-Westfalen in het kader van de zogenaamde "Gulen-discussie" op termijn mestinvoer verboden wordt. Willems is daar van op de hoogte. Hij vervolgt zijn verhaal met de opmerking dat zij kali en stikstof als product maken. Vervolgens gaat hij in op het productieproces. Over de invloed op de omgeving vertelt hij niets. Dat gebeurd later wel vanuit de zaal. Raadslid Wijnen (PvdA) geeft aan bij het bedrijf te hebben vastgesteld dat het daar een af en aan rijden is van vrachtauto's, die veel overlast veroorzaken voor omwonenden.

Werkgroep Kleefsedijk
Thea Lemmens van de Werkgroep Kleefse Dijk vertelt van de strijd van de omwonenden aan de Kleefsedijk van 10.5 jaar tegen IV. En nu dreigen ze toch opgezadeld te worden met megastallen. Lemmens brengt een aantal punten in die leidend zouden moeten zijn in het beleid: geen megastallen in buitengebied, geen concentratie aan de Kleefsedijk, beperking van het aantal dieren en uitstoot, minder bebouwing per bouwblok (standaard was: 70% bebouwd, 30% groen tot max 1.5ha. Het is nu 100% bebouwd. Is de 30% groen vervallen?), Zi stelt vast dat de luchtwassers die voorgeschreven worden toch teveel overlast geven in Horst aan de Maas. In het geval van de Kleefsedijk is nieuwvestiging "verward" met herhuisvestiging, die dan vervolgens wél 8 keer zo groot is! Haar stelling: dit is een nieuwe vestiging! Haar laatste punt is "IV gaat niet samen met recreatie en horeca (die in de omgeving van de Kleefsedijk ruim vertegenwoordigd is). Haar slotconclusie: de gang van zaken getuigd van het ontbreken van visie bij de overheid. Op de vraag "Staat de overheid aan je kant?" is haar antwoord: "Te vaak niet!"
In de bijlage is de volledige tekst te lezen van het betoog van Thea Lemmen.

Werkgroep Land- en Tuinbouw Noord-Limburg
Als laatste kreeg Paul Geurts van de Werkgroep Land- en Tuinbouw Noord-Limburg het woord. Hij wijst er op dat op de dag dat het besluit genomen werd om het NGB mogelijk te maken met een nipte meerderheid van 1 stem, er een viertal rapporten zijn verschenen met aanbevelingen voor een betere ruimtelijke inpassing van IV-bedrijven. De gemeente heeft - na bijna tien jaar - geen enkele van die aanbevelingen meegenomen in haar beleid. Hij wijst op het rapport van het RIVM in 2008: plaats kippen- en varkensbedrijven minimaal op 1-2 km van elkaar om infectiegevaar over en weer te voorkomen. Door de Raad voor het Landelijk Gebied is met betrekking tot het risico van IV-bedrijven voor de omgeving dat dat risico weliswaar kleiner is bij grote bedrijven dan bij kleine bedrijven. Maar als er iets mis gaat bij die grote bedrijven, dan gaat het goed mis. Ook verwijst Geurts terug naar de Q-koorts, waarbij vastgesteld is dat geiten- en schapenbedrijven minimaal met een straal van 5km buiten de bebouwde kom moeten blijven. Het LOG Witveldweg is - met de mix aan grote aantallen verschillende dieren - een tijdbom in Horst aan de Maas! Omdat ze deze gezondheidsaspecten niet meegenomen heeft in haar beleid en discussies.

Op de vraag van Edwin Michiels welk beeld Geurts heeft van de IV in Horst aan de Maas, geeft hij aan dat die vooral gericht is op het produceren van "bulk" en wordt er door de IV-bedrijven niet geconcurreerd op kwaliteit maar op kostprijs. Op de vraag of kleinschaligheid wel levensvatbaar is, antwoord hij met een volmondig "ja" en verwijst daarbij naar biologische varkenshouders. Naar zijn mening is een bedrijf met 500 NGE (een economische productieeenheid, die het aantal dieren per bedrijfstak aangeeft) te groot. Een bedrijf met maximaal tussen de 2.500 en 5000 varkens of 125.000 kippen is de grens. Zijn oproep: "richt je onderscheidend vermogen op kwaliteit".

Een raadslid van het CDA vraagt zich af wat kleinere omvang betekent voor de sector en een van de eigenaren van Kuipers Kip (onderdeel van het NGB) stelt dat Geurts een te romantisch beeld schetst. Volgens hem willen jonge ondernemers dat niet. Geurts spreekt dat tegen. Goede ondernemers gaan naar zijn mening niet per definitie voor groot, groter, grootst, maar voor een goede bedrijfsvoering in harmonie met de omgeving. Dat is de uitdaging voor elke ondernemer!
In de bijlage is de volledige tekst te lezen van het betoog van Paul Geurts.

Stellingen
Na de "pitches" kreeg het publiek, de raadsleden en de verschillende belangengroepen de mogelijkheid om aan de hand van stellingen met elkaar in discussie te gaan. De eerste stelling luidde: "Horst aan de Maas heeft genoeg IV-bedrijven". Een meerderheid in de raadszaal stemde in met deze stelling. Een aantal mensen vulden de stelling aan met "meer dan genoeg". De aanwezige agrariërs die voorstander zijn van megstallen vonden dat de aantallen bedrijven in Horst aan de Maas wel mee viel.

Francien Thielen wees er op dat dé propagandist voor schaalvergroting in de landbouw (in de jaren vijftig en zestig), Mansholt, later terug kwam op dat uitgangspunt. Maar intussen, stelt Thielen, is het platte land verkwanseld. Zij steunt de mening van 'pitcher" Geurts dat je bij de productie moet sturen op kwaliteit, niet op grote aantallen. In lijn daarmee pleitte Thielen voor een stop op de invoer van voer uit het buitenland (waarbij ze met name doelt op soja) en een stop op vervoer van "afval" (denk aan kippenvleugeltjes) naar bijvoorbeeld Afrika, waardoor daar de lokale boeren weggeconcurreerd worden.

Toon van Rens, die zelf een bedrijf met leghennen runt, stelt dat de producent moet kijken naar wat de consument wil en die willen "nu eenmaal" goedkoop vlees. De consument wil naar zijn mening kiloknallers. Voor hem is het een dillema om enerzijds rekening te houden met het dierenwelzijn en anderzijds het milieu. Rekening houden met dierenwelzijn is niet of nauwelijks te combineren met welzijn (bijvoorbeeld: vanuit dierenwelzijn kippen buiten laten lopen - goed voor het welzijn van dieren - betekent meer uitstoot van fijnstof - slecht voor het millieu. Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat dit dillema alleen bestaat als je uit gaat van schaalvergroting.

De volgende stelling luidde: "De oppervlakte van het bouwblok (1,5 ha, als je uit gaat van het voornemen van B&W) is leidend voor de vergunning, niet het aantal dieren". Thea Lemmen van Werkgroep de Kleefse Dijk geeft aan dat de praktijk is dat elk IV-bedrijf die 1.5ha helemaal vol zal bouwen. Dat betekent de facto dat elk bedrijf in Horst door kan groeien van zo'n 3000 varkens naar zo'n 8.000 vrakens en dus richting megastal gaat. Dat zou een enorme uitbreiding (meer dan een verdubbeling) zijn van de veestapel in Horst aan de Maas, met alle gevolgen van dien voor gezondheid, milieu, landschap en verkeersveiligheid. Maar de aanwezige agrarische ondernemers stellen dat het aantal dieren niets zegt over invloed op het milieu. Zij bepleiten in het beleid te sturen op belasting voor de omgeving. Maar - zo stelt een spreker in de zaal - hoe kunnen we dit definiëren? De politiek beschermt immers de agrarische bedrijfstak. Het gaat dan niet om de luchtwassers 'an sich', maar wat we ermee doen! Kwaliteit en adequate regelgeving! De agrariërs vinden sturen op aantallen "dodelijk" voor hun bedrijfsvoering. Meerdere mensen, waaronder Andries Brandsma stellen dat het in Horst aan de Maas niet goed geregeld is. Vaak blijkt dat het beleid achteraf niet werkt. Als voorbeeld wordt ingegaan op de luchtwassers, die volgens specificatie 80% effectiviteit heeft. Maar in de praktijk wordt dat niet gehaald. Vergelijk het met het dieselschandaal bij Volkswagen. Meteen wordt vanuit de agrarische hoek gereageerd dat de luchtwassers gemonitord wordt door de overheid. Maar volgens Brandsma is de werkelijkheid anders. Monitoren op bedrijfstijden en energieverbruik is naar zijn idee de verkeerde dingen bekijken. Naar aanleidng van de discussie stelt raadslid Lenssen dat Horst aan de Maas eindelijk eens moet gaan handhaven. "Maak er echt werk van!"

Naar aanleiding van de stelling "IV-bedrijven mogen ook buiten de ontwikkelingsgebieden gerealiseerd worden, als dat per saldo leidt tot een betere omgevingskwaliteit" wordt meteen de tegenvraag gesteld: wat is omgevingskwaliteit? De meest duidelijke stellingname is dat je een kerncentrale toch ook niet op het platteland bouwt, als hij past in de omgeving...

De stelling "Er mag niet getornd worden aan bestaande rechten van ondernemers" levert verrassende resultaten op. Binnen de groepen voor- en tegenstanders van megastallen in de raadszaal wordt vóór en tegen deze stelling gebouwd. Eén van de ondernemers, Willems uit America, stelt dat behoud van rechten onzin is. Je moet gedwongen worden innovatief te blijven. En in één adem voegt hij daaraan toe: "Geef ons daarvoor de ruimte!"

Geert Ambrosius (van de Werkgroep Behoud de Paes) stelt dat er nauwelijks sprake is van innovatie. De ondernemers blijven stil staan. Als voorbeeld wijst hij op de luchtwassers die niet voldoende gemonitord worden. Op de vervuiling wordt niet gemonitord. Alleen op aantal bedrijfsuren en hoeveelheid energie, dus monitoren werkt niet. Hij stelt verder dat als het bedrijf groeit de norm op zich wellicht gelijk blijft, maar daarom per saldo toch meer uitstoot heeft. Thea Lemmen is de realiteit dat een bedrijf te veel groeit en daarmee groeit de vervuiling. Een bedrijf van eerst 926 varkens dat doorgroeit naar 8000 varkens, met een luchtwasser die 80% (specificatie fabriek) uitstoot wegvangt, levert per saldo toch meer uitstoot op. Zij wil het verhaal in dit gevl wel omdraaien: "Denk nu eens aan de rechten van de omwonenden!"

Naar aanleiding van de stelling "de locatie van een bedrijf dat stop mag niet meer ingevuld worden met een IV-bedrijf" merkt Thea Lemmen op dat zij er geen bezwaar tegen heeft als er een keinschalig in de omgeving ingepast IV-bedrijf voor terug komt. Iemand anders merkt op dat je - uitgaande van de stelling - dan wel blijft zitten met leegstaande gebouwen, die leiden tot verloedering van het buitengebied. Een derde merkt op dat uitgaan van deze stelling wel leidt tot de mogelijkheid om de aantallen dieren terug te brengen. Thea Lemmen wijst er op dat zo'n 75% van het varkensvlees wordt geëxporteerd. Het productieniveau handhaven in Nederland is op den duur niet meer mogelijk binnen de beperkte oppervlakte die we in Nederland hebben.

Op de stelling "een ondernemer met meerdere bedrijven mag mestverwerking concentreren op één van zijn bedrijven" reageerde raadslid Spreeuwenberg (SP) met de verwachting dat er dan meer transport ontstaat. Een ondernemer stelt dat alle mest op één bedrijf verwerken niet rendabel is.

De stelling "buurtmestverwerkers mogen ook mest uit de regio verwerken (van andere bedrijven)" ontlokt bij raadslid Lenssen (SP) de opmerking dat mestverwerkingsinstallaties op een industrieterrein thuis horen. Ondernemers vragen zich af wat dat betekent voor de transportbewegingen, die toe zullen nemen. Daarom pleiten zij voor verwerking op het bedrijf zelf. Raadslid Wijnen (PvdA) geeft aan - op basis van eigen waarnemning - dat ook dat teveel transportbewegingen oplevert. De infrastructuur op een industrieterrein is daar juist beter op ingericht. Naar zijn mening is er nu al teveel mesttransport in het agrarisch gebied.

De laatste stelling is "buurtmestverwerkers mogen ook andere stoffen be- of verwerken (biomassa)". Ondernemers sluiten daarbij aan en wijzen op de mogelijkheid van innovatief werken. Reactie uit de zaal: de burger wil gezondheid. Daar wordt geen rekening mee gehouden. Voorlichting over de aspecten ten aanzien van het milieu wordt niet gegeven. De gedachte achter innovatie is teveel gericht op concentratie en schaalvergroting. Kleinschalig innovatief werken kan ook, met minder risico.

Raadslid Lenssen (SP) wijst aan het einde van de discussieavond op de marges voor de IV-bedrijven, die erg klein zijn, terwijl die in de tussenhandel groot zijn. Dat drijft IV-bedrijven tot kostenbeheersing en intensivatie. In zijn ogen een negatieve spiraal.

André Vollenberg van Behoud de Parel wijst er op dat er een nieuwe wet op komst is (in 2018). Hij dringt er op aan nu al te anticiperen op die wetgeving, want de inbreng van de burgers is in die wet al meegenomen.

Slot
De voorzitter van de bijeenkomst, Eric Beurskens, was van mening dat er een goede ­discussie had plaats gevonden. Maar tegelijkertijd stelt hij vast dat de aanwezigen er in één avond niet uit komen. "Al zouden we weken erover praten, dan misschien nog steeds niet", aldus Beurskens. Logisch als je ziet dat de gezondheidsbelangen van burgers staan tegenover de economische verdienmodellen van de Intensieve veehouderij.

"Het is straks aan de gemeenteraad om op zoek te gaan naar de balans tussen de schaal van IV-bedrijven en een gezonde ­leefomgeving”, zo mag geconcludeerd worden.

De thema-avond is ook terug te kijken op video.

En lees hier de opinie van André Vollenberg (voorzitter Behoud de Parel) over de discussieavond.

Projecten & onderwerpen: 
Behoud de Parel